|
Aangezien het partnerpensioen op risicobasis verzekerd is, is er niet automatisch recht op een partnerpensioen als u overlijdt. U kunt er wel voor kiezen om een deel van het ouderdomspensioen uit te ruilen voor meer partnerpensioen. Ga voor informatie hierover naar de pagina Partner- en wezenpensioen. Op het moment van uw overlijden zijn er verschillende scenario’s mogelijk:
U werkt nog in de bedrijfstak
Zolang u in de bedrijfstak werkt zijn uw partner en kinderen verzekerd van een partner- en wezenpensioen. Uw partner ontvangt een partnerpensioen. Dat is 70% van uw opgebouwde ouderdomspensioen. Uw kinderen krijgen tot hun 18e verjaardag elk 14% van het ouderdomspensioen.
Als zij studeren of een opleiding volgen, krijgen zij tot hun 27e wezenpensioen. Stopt het kind met school of met de opleiding dan stopt ook de uitkering. Voor kinderen van wie beide ouders overleden zijn, is de uitkering 28% van het ouderdomspensioen.
U werkt niet meer in de bedrijfstak
Zodra u de bedrijfstak verlaat, spaart u niet langer voor uw pensioen bij het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Groenten- en Fruitverwerkende Industrie. Wij zorgen ervoor dat een deel van uw gespaarde ouderdomspensioen bij het fonds automatisch wordt omgezet in een partner- en wezenpensioen. Zo krijgen uw partner en kinderen bij uw overlijden toch een pensioen. Uw ouderdomspensioen wordt dan dus minder hoog. Wilt u dit niet automatisch laten omzetten, bijvoorbeeld omdat u geen partner heeft of omdat uw partner zelf een goed pensioen opbouwt, dan moet u dat binnen drie maanden na uw vertrek uit de bedrijfstak bij het pensioenfonds aangeven. In dat geval hebben uw nabestaanden geen recht op partner- en wezenpensioen.
Een uitzondering op de regel
Als u vóór 2001 al pensioen opbouwde bij het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Groenten- en Fruitverwerkende Industrie, dan heeft u los van uw ouderdomspensioen ook partnerpensioen opgebouwd. De hoogte van het nabestaandenpensioen voor u partner en kinderen is in dit geval afhankelijk van het aantal jaren dat u vóór 2001 heeft gewerkt bij een aangesloten werkgever binnen de bedrijfstak.
Bent u gescheiden? Dan heeft uw ex-partner recht op een bijzonder partnerpensioen. Dit is het partnerpensioen dat u heeft opgebouwd tot de datum dat u uit elkaar ging.
Anw
Uw partner kan ook van de overheid uit de Algemene Nabestaanden Wet: de Anw, een nabestaandenuitkering ontvangen. Om voor Anw in aanmerking te komen moet uw partner aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
- jonger zijn dan 65 en geboren voor 1 januari 1950;
- kinderen hebben die jonger zijn dan 18 jaar;
- voor meer dan 45% arbeidsongeschikt zijn en niet meer verdienen dan € 2.109,-.
Heeft uw partner geen recht op het Anw-pensioen, dan biedt het Anw-hiaatpensioen mogelijkheden.
Partner- en wezenpensioen aanvragen
Als u overlijdt ontvangen uw partner en kinderen automatisch een aanvraagformulier van het pensioenfonds. Hiermee kunt u eenvoudig het partner- en wezenpensioen aanvragen.
Een overlijden melden
Een overlijden moet altijd bij de burgerlijke stand worden gemeld. De burgerlijke stand geeft het overlijden automatisch door aan het pensioenfonds. Het pensioenfonds neemt dan contact op met de nabestaanden.
Als het pensioenfonds een maand na het overlijden nog geen contact heeft opgenomen, dan kan het overlijden ook rechtstreeks bij het pensioenfonds worden gemeld. Bent u niet gehuwd of geregistreerd partner maar samenwonend, dan moet uw nabestaande zich bij uw overlijden rechtstreeks bij het pensioenfonds melden. U vindt de gegevens bij Contact. |