|
1. Wat is een dekkingsgraad?
De dekkingsgraad is de verhouding tussen vermogen en pensioenverplichtingen (de nu en in de toekomst uit te betalen opgebouwde pensioenen). Bij een dekkingsgraad van 100% heeft een pensioenfonds precies voldoende geld in kas om de huidige en toekomstige pensioenen te betalen. Bij een dekkingsgraad van meer dan 100% beschikt het fonds over een buffer.
2. Aan welke dekkingsgraad moet een pensioenfonds voldoen?
Een pensioenfonds moet voldoen aan twee dekkingsgraden: de minimaal vereiste dekkingsgraad; deze is 105%. Daarnaast is er een zogenoemde vereiste dekkingsgraad. Deze is per fonds verschillend. Dit verschil is onder andere afhankelijk van de aard van de beleggingen (het percentage aandelen) en de gemiddelde leeftijd van de deelnemers van het fonds. De vereiste dekkingsgraad van het pensioenfonds Groenten en Fruit is 116,7%.
3. Hoe hoog moet de dekkingsgraad van een pensioenfonds zijn?
Hoe hoog de dekkingsgraad moet zijn, verschilt per pensioenfonds. Dit is onder andere afhankelijk van de aard van de beleggingen (het percentage aandelen) en de gemiddelde leeftijd van de deelnemers van het fonds. De algemene stelregel is dat de minimale dekkingsgraad van een pensioenfonds 105% moet zijn. De vereiste dekkingsgraad van het pensioenfonds Groenten en Fruit is 116,7%.
4.Wat is de reden van de slechte financiële positie van het pensioenfonds Groenten en Fruit?
Door de crisis op de financiële markten èn een scherpe daling van de rente is het jaar 2008 voor ons pensioenfonds een uitzonderlijk slecht jaar geworden. Pensioenfondsen moeten namelijk de actuele stand van de rente gebruiken om te berekenen hoeveel geld ze nu opzij moeten zetten om alle huidige en toekomstige pensioenen uit te betalen. De uitkomst van deze berekening zijn de zogenoemde pensioenverplichtingen. Hoe lager de rente, hoe hoger de pensioenverplichtingen en hoe lager de dekkingsgraad. De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen en de pensioenverplichtingen. De dekkingsgraad van het pensioenfonds Groenten en Fruit daalde van 138% in het begin van 2008 naar 91% aan het einde van het jaar. Eind juli 2010 was de dekkingsgraad 98,6%.
5. Is het pensioenfonds Groenten en Fruit het enige fonds dat er slecht voor staat?
Nee, de meeste Nederlandse pensioenfondsen hebben te maken met een dekkingsgraad die onder de 105% ligt. Wereldwijd gezien staan de Nederlandse pensioenfondsen er nog het beste voor.
6. Wat is een herstelplan?
Een herstelplan is een plan van aanpak waarin pensioenfondsen laten zien welke maatregelen zij nemen om de dekkingsgraad te verbeteren. Ook moeten fondsen aangeven welke maatregelen zij nemen als het herstel niet lukt binnen de termijn die daarvoor staat. Dit is drie jaar voor de minimale dekkingsgraad van 105%. Deze termijn is verlengd naar 5 jaar vanwege de uitzonderlijke situatie op de financiële markten. Dit is maximaal vijftien jaar voor de vereiste dekkingsgraad van circa 116,7%. Het herstelplan kunt u opvragen bij het pensioenfonds.
7. Welke sturingsmiddelen heeft het pensioenfonds om de dekkingsgraad te beïnvloeden?
Het pensioenfondsbestuur heeft verschillende sturingmiddelen om de dekkingsgraad te beïnvloeden. Dit zijn achtereenvolgens:
- het toeslagbeleid (indexaties);
- de premie-inkomsten;
- het beleggingsbeleid;
- aanpassing pensioenregeling.
- korten van pensioenrechten.
8.Wat is het beleggingsbeleid?
Beleggen op de beurs is voor een pensioenfonds noodzakelijk, in elk geval om een deel van het vermogen op te bouwen. Ook voor ons, anders halen we op langere termijn onvoldoende rendement, bijvoorbeeld om te indexeren. Een belangrijk onderdeel van het beleggingsbeleid is het beheersen van beleggingsrisico’s. Hierbij kunt u denken aan koersrisico’s van aandelen of een schommelende rente. We werken daarom met strikte beleggingsrichtlijnen die we jaarlijks aanpassen aan de actuele situatie. Dit doen we samen met onze vermogensbeheerders F&C Netherlands BV en Syntrus Achmea Vastgoed BV.
9. Wat zijn de voornaamste maatregelen die in het herstelplan van het pensioenfonds Groenten en Fruit staan?
De pensioenpremie is per 1 april 2009 verhoogd met 4,6% punt naar 18,1% voor werknemers geboren voor 1 januari 1950 en naar 20,0% voor werknemers geboren op of na 1 januari 1950 of werknemers geboren voor 1 januari 1950 die vanaf 1 januari 2006 in dienst zijn. Uw werkgever en uzelf betalen allebei een deel van de premieverhoging van 4,6%. Deze premie blijft tijdens de hele herstelperiode van kracht.
Wanneer pensioenaanspraken worden aangepast aan de salarisontwikkeling of de inflatie, spreken we van indexatie. Of dat gebeurt en in welke mate, hangt meestal af van de financiële situatie van een pensioenfonds.
Om de financiële positie van het pensioenfonds te verbeteren is nu extra geld nodig. Het Bpf Groenten en Fruit heeft daarom besloten om de premie per 1 april 2009 te verhogen met 4,6% punt van 13,5% tot 18,1% voor werknemers geboren voor 1 januari 1950 en van 15,4 tot 20,0% voor werknemers geboren na 1 januari 1950. Uw werkgever en uzelf betalen allebei een deel van de premieverhoging van 4,6%. Hierbij verschilt per kalenderjaar de verdeling tussen de herstelpremie en de kostendekkende premie. Tevens fluctueert per jaar de extra premieheffing tussen uw werkgever en u als werknemer. U gaat in z’n totaliteit meer premie betalen.
Zodoende verandert het gedeelte van de pensioenpremie dat u betaalt per kalenderjaar tot 2023.
Geen of lagere verhoging/toeslag: Vanaf 2009 en tot het moment dat de dekkingsgraad 105% is, wordt er door ons fonds geen verhoging gegeven. Actieve deelnemers krijgen geen verhoging van hun opgebouwde pensioenen als de lonen stijgen en gepensioneerden en slapers krijgen geen verhoging van hun pensioenuitkeringen als de prijzen stijgen. Pas vanaf het moment dat de 105% is bereikt, kan er jaarlijks een toeslag worden verleend, maar alleen als de dekkingsgraad in dat jaar is gestegen.
Het beleggingsbeleid van eind 2008 is de basis voor het beleggingsbeleid gedurende de komende herstelperiode. Als daar aanleiding toe is, kan het bestuur besluiten tot een tussentijdse aanpassing van het beleggingsbeleid.
10.Wat als de dekkingsgraad van het pensioenfonds niet herstelt?
Als de dekkingsgraad niet of onvoldoende herstelt, dan onderzoekt het bestuur de oorzaken daarvan. Op basis van dit onderzoek stelt het bestuur de noodzaak van aanvullende maatregelen vast. Zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk, dan wordt een keuze gemaakt uit één of meerdere van de volgende maatregelen:
• verhoging van de maximum premie;
• aanpassing van het beleggingsbeleid;
• verlenging van de periode waarin geen indexatie plaatsvindt;
• al dan niet tijdelijke verlaging van de pensioenopbouw;
• korting van de rechten;
• wijziging van de inhoud van de regeling;
• wijziging van het karakter van de regeling.
Deze maatregelen zijn dusdanig ingrijpend dat het bestuur hierover pas een definitief besluit neemt na overleg met CAO partijen.
11.Waarom is de daling van de rente slecht voor een pensioenfonds?
Pensioenfondsen moeten de actuele stand van de rente gebruiken om te berekenen hoeveel geld ze nu opzij moeten zetten om alle huidige en toekomstige pensioenen uit te betalen. Als de rente laag is, moeten pensioenfondsen veel meer geld reserveren dan wanneer de rente hoog is. De sterk gedaalde rente maakt pensioenen dus extra duur.
|