Premie

Printvriendelijke versie

Als u gaat werken bij een bij het pensioenfonds Groenten en Fruit aangesloten werkgever begint uw pensioenopbouw. U en uw werkgever betalen samen de premie voor uw pensioen. De premie is in feite het prijskaartje van uw pensioen. De werkgever draagt de premie af aan het pensioenfonds. De werkgever houdt uw deel van de pensioenpremie in op uw salaris. Dit gaat af van uw brutosalaris. Op uw salarisstrook ziet u precies wat u voor uw pensioen betaalt. Het overige deel betaalt de werkgever.

De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen van het pensioenfonds en de pensioenverplichtingen; de nu en in de toekomst uit te betalen opgebouwde pensioenen.Het pensioenfonds Groenten en Fruit had op 31 december 2008 een dekkingsgraad van 90,7%. De dekkingsgraad was eind juli 2010 98,6%.

Als de dekkingsgraad van het pensioenfonds lager is dan 105%, is het pensioenfonds verplicht om een zogenaamd korte termijn herstelplan te maken.

Als de dekkingsgraad hoger is dan 105%, maar lager dan 116,7% heeft het fonds een reservetekort. Het fonds is dan verplicht om een lange termijn herstelplan te maken. In dit herstelplan staan de maatregelen die het fonds neemt om de dekkingsgraad te verhogen. Het pensioenfonds kan onder andere de pensioenpremie verhogen.

Het pensioenfonds Groenten en Fruit heeft besloten om de premie per 1 april 2009 te verhogen met 4,6% van de pensioengrondslag. Voor werknemers geboren voor 1 januari 1950 betekent dit een premie van 18,1%. Voor werknemers geboren op of na 1 januari 1950 of geboren voor 1 januari 1950 en in dienst na 1 januari 2006 een premie van 20%. Uw werkgever en uzelf betalen allebei een deel van de premieverhoging van 4,6%.

De pensioengrondslag is het deel van het loon waarop de pensioenopbouw is gebaseerd. Het pensioenfonds probeert met deze maatregel de buffers van het fonds weer op te bouwen.

Om de financiële positie van het pensioenfonds te verbeteren is nu extra geld nodig. Het pensioenfonds Groenten en Fruit heeft daarom besloten om de premie per 1 april 2009 te verhogen van 13,5% tot 18,1% voor werknemers geboren voor 1 januari 1950 en van 15,4 tot 20,0% voor werknemers geboren op of na 1 januari 1950 of geboren voor 1 januari 1950 en in dienst na 1 januari 2006. Uw werkgever en uzelf betalen allebei een deel van de premieverhoging van 4,6%. Hierbij verschilt per kalenderjaar de verdeling tussen de herstelpremie en de kostendekkende premie. Tevens fluctueert per jaar de extra premieheffing tussen uw werkgever en u als werknemer.

Zodoende verandert het gedeelte van de pensioenpremie dat u betaalt per kalenderjaar tot 2023.