Eerder of later stoppen met werken

Printvriendelijke versie

Werknemers kunnen vanaf hun 60e stoppen met werken. Dit heeft wel gevolgen voor het inkomen, omdat de AOW pas begint bij 65 jaar. Eerder stoppen met werken, betekent dat:

  • het inkomen uit werk wegvalt
  • de pensioenopbouw stopt
  • de pensioenuitkering lager is door minder jaren pensioenopbouw. Dus, hoe langer wordt doorgewerkt, hoe meer ouderdoms- en partnerpensioen er wordt opgebouwd en ontvangen.

Werknemers die geboren zijn vóór 1950 kunnen gebruik maken van de VUT vanaf hun 61e plus twee maanden of ouder. Bij de 40-dienstjarenregeling kunnen ze nog eerder stoppen.

Later met pensioen
Werknemers kunnen tot hun 70e blijven werken. Door het pensioen uit te stellen, stijgt de pensioenuitkering. Zodra uw werknemer stopt, begint het ouderdomspensioen. Overigens krijgen alle werknemers vanaf hun 65e AOW, of ze nu wel of niet doorwerken.

Werknemer die geboren zijn op of na 1 januari 1950, of die geboren zijn vóór 1 januari 1950 én die na 1 januari 2006 in dienst zijn gekomen, kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op de overgangsregeling.

Gaat uw werknemer binnenkort met pensioen?
Dan zijn er keuzes die gemaakt worden. Of zij eerder of juist later willen stoppen met werken. Maar ook of zij in het begin een hogere pensioenuitkering willen ontvangen. Of dat zij kiezen voor het inruilen van partnerpensioen voor een hoger ouderdomspensioen. Of andersom. U kunt daarbij een helpende hand bieden.

Heeft uw werknemer zijn laatste werkdag, erop zitten, dan geeft u in PLATO aan dat het dienstverband is beëindigd.

Pensioen aanvragen
Zes maanden voor de pensioenleeftijd krijgt uw werknemer van het pensioenfonds een aanvraagformulier toegestuurd. Samen met uw werknemer vraagt u het pensioen ruim van tevoren aan. Zodra het aanvraagformulier binnen is, wordt de aanvraag verwerkt.